hoe het werkt (5/8)

waar zet je
welke groente?

Voor je een groente in een leeg vak zet, ga je een paar punten af:

1. De hoogte van de plant / plek in bak

Planten hebben zonlicht nodig. Staan ze in de schaduw van hogere planten, dan groeien ze niet goed.

Om dat te voorkomen zetten we de voorkant van de moestuinbak naar het zuiden. Dan zetten we de plantjes van laag naar hoog in de bak. Hieronder zie je hoe dit werkt met en bak van 120 x 120, maar natuurlijk werkt dit principe ook voor bakken met een andere afmeting.

hoogtes van groentes in moestuinbakken

Op de zakjes van de Makkelijke Moestuinzaden staat precies aangegeven welke vakken je voor de groente kan gebruiken.

Maar ook op de zakjes zaden van anderen staat meestal wel aangegeven hoe hoog de planten worden. Daarmee kan je zelf het juiste vak kiezen.

2. De tijd van het jaar

Tomaten doen het nou eenmaal niet zo goed in februari en voor spinazie is het in de zomer te warm. Daarom moet je er rekening mee houden wanneer je groentes het het beste doen.

Gelukkig staat op alle zakjes zaden aangegeven wanneer je ze het beste kunt zaaien. Als je je daaraan houdt kan het bijna niet misgaan.

3. De plantenfamilie en wisselteelt

Planten horen allemaal bij plantenfamilies.

Tuinders weten al heel lang dat als je planten van dezelfde plantenfamilie telkens in het zelfde stuk grond zet, ze het steeds minder goed gaan doen. Bovendien heb je dan meer kans op ziektes en plagen.

In een gewone moestuin worden daarom allerlei schema's gemaakt om gewassen in de loop van de jaren op verschillende plekken neer te zetten.

Om een voorbeeld te geven: op het stuk grond met alle kroppen sla komen het volgende jaar alleen koolsoorten. Dan volgen de courgettes, het jaar daarop de wortelgewassen, dan de bonen, enz. enz.

Je noemt dat wisselteelt en ik vind het knap ingewikkeld.

Bij de Makkelijke Moestuin doen we dat anders. Daar hebben we elke familie een ander kleurtje gegeven:

Omdat mijn eigen zakjes zaden die kleurtjes hebben, weet je in een oogopslag bij welke familie de groentes horen.

Mocht je andere zakjes zaden gebruiken en het niet precies weten, kijk dan even bij de plaatjes hierboven. Meestal spreekt het wel voor zich.

Als jij de kleurtjes nu zoveel mogelijk door elkaar zet, en liefst niet 2 x hetzelfde kleurtje achter elkaar in hetzelfde vak zet, doe je vanzelf aan een soort van wisselteelt. Zonder dat je erbij na hoeft te denken.

Dus als je uit een vak bietjes oogst (oranje), zet je er daarna een groente in met een ander kleurtje. Sla bijvoorbeeld, want die hoort bij de groene familie. Als je dát dan weer geoogst hebt kun je er ook weer een plantje uit de oranje familie in zetten.

Zo voorkom je de meeste problemen en doen al je plantjes het goed.

Aan het eind van het jaar - of in het begin van het seizoen - haal je het raster weg en schep je de mix in je bak flink door elkaar. Zo begin je in het nieuwe jaar weer „from scratch”.

4. Hoeveel planten in een vak

Op de voorgaande pagina heb ik het er al een beetje over gehad: in één zo’n vak van 30 bij 30 cm passen verschillende afmetingen plantjes.

Je zet ze meteen op de juiste afstand van elkaar, zodat ze genoeg ruimte hebben om uit te groeien en waardoor jij ze later niet meer hoeft te verplanten.

Bijna alle groentes kan je in 4 maten onderverdelen:

Op de zakjes Makkelijke Moestuinzaden, op de zaaikalender en in de MM-App, staat met een vierkantje aangegeven hoeveel van die groenteplantjes in een vak passen, waar je je gaatjes prikt en hoe diep die moeten worden.

Op andere zakjes zaad zoek je op hoeveel afstand je tussen de volwassen plantjes moet aanhouden. Daarmee kan je zelf uitrekenen hoeveel er in een vak passen.

Als je weet wat je in het lege vak gaat zetten is het tijd om te bepalen hoe je dat gaat doen:

Op naar Zaaien, voor-
zaaien of planten